Klantenondersteuning contacteren 0475 97 56 59   tbservice.be@oxfordimmunotec.com

De T-SPOT®.TB-test is de enige TB-test met een gevoeligheid van 98,8% en een specificiteit van meer dan 99%.1


Wat is het beoogde gebruik van de T‑SPOT.TB-test?

De T‑SPOT.TB-test is een in vitro diagnostische test voor het opsporen van effector T-cellen, die reageren op stimulatie door de Mycobacterium tuberculosis-antigenen ESAT‑6 en CFP10 door het vangen van interferon‑gamma dat door effector T-cellen wordt uitgescheiden, en is bedoeld als hulpmiddel bij de diagnose van Mycobacterium tuberculosis-infectie.

De T‑SPOT.TB-test is een indirecte test voor Mycobacterium tuberculosis-infectie (met inbegrip van de ziekte) en is bedoeld voor gebruik in combinatie met een risicobeoordeling, radiografie, en andere medische en diagnostische evaluaties.1

Welke regelgevende goedkeuringen heeft de T‑SPOT.TB-test?

De T‑SPOT.TB-test heeft CE-markering, waardoor het sinds 2004 in de handel kan worden gebracht in de EU. Bovendien kreeg de T‑SPOT.TB-test in 2008 goedkeuring vóór het op de markt brengen door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA), goedkeuring in China in 2010 en in Japan in 2012. Goedkeuringen zijn ook verkregen in vele andere landen, waaronder, zonder enige beperking, Canada, Taiwan, Rusland, Singapore, Thailand, Peru, Nigeria en Mexico.

Wat zijn de voordelen van de T‑SPOT.TB-test?

De T‑SPOT.TB-test is de enige tb-test met een gevoeligheid en specificiteit van meer dan 98%. De T‑SPOT.TB-test is betrouwbaar, ook bij testpopulaties die een uitdaging vormen, waaronder personen die met BCG zijn gevaccineerd en immuungecompromitteerde personen, en steunt op routinematige flebotomieprocedures.

Hoe kan ik beginnen met het versturen van monsters naar het laboratorium?

Beginnen is een eenvoudige, gemakkelijke procedure. Neem contact op met de T‑SPOT.TB Service-laboratoria op het nummer 0475 97 56 59 en we zullen samen met u de stappen doornemen.

Hoeveel kost de test?

Neem voor een prijsopgave contact op met de T‑SPOT.TB Service-laboratoria op het nummer 0475 97 56 59.

Wanneer krijg ik de resultaten?

Als het monster vóór 15.00 uur wordt ontvangen, van maandag tot en met vrijdag, zullen de resultaten doorgaans binnen 24 uur na ontvangst van het bloedmonster worden gerapporteerd.

Moeten bloedmonsters in speciale afnamebuisjes worden afgenomen?

Nee, monsters worden afgenomen in standaardbuisjes met een groene dop (lithiumheparine of natriumheparine).1

Kunnen bloedafnamebuisjes die EDTA bevatten (buisjes met een purperen dop) worden gebruikt?

Nee, EDTA (ethyleendiaminetetra‑azijnzuur) beïnvloedt de afscheiding van interferon‑gamma door cellen vanwege zijn chelerende eigenschappen (binding aan calcium). Bloedafnamebuisjes die dit anticoagulans bevatten, kunnen daarom niet worden gebruikt.1

Hoeveel bloed is nodig voor de T‑SPOT.TB-test?

Bij immuuncompetente patiënten kunnen doorgaans voldoende perifeer bloed mononucleaire cellen (PBMC’s) voor uitvoering van de T‑SPOT.TB-test worden afgenomen met de volgende leeftijdspecifieke richtlijnen:

  • volwassenen en kinderen ≥ 10 jaar: 6 ml
  • kinderen ≥ 2 tot < 10 jaar: 4 ml
  • kinderen < 2 jaar: 2 ml

 

Opmerking: Het is mogelijk dat bovenstaande richtlijnen onvoldoende zijn bij immuungecompromitteerde patiënten met een laag aantal PBMC’s. Daarom kan het raadzaam zijn voor immuungecompromitteerde patiënten een dubbele hoeveelheid bloed af te nemen dan het aanbevolen bloedvolume.

Welke informatie moet worden vermeld op het bloedafnamebuisje?

Het buisje moet een label hebben met de identificatie van de patiënt, die moet overeenstemmen met de identificatie op het aanvraagformulier.

Aanvaarden jullie andere types van monsters, behalve bloedmonsters?

Nee, wij aanvaarden alleen volbloedmonsters die zijn afgenomen in lithiumheparinebuisjes of natriumheparinebuisjes.

Wanneer kunnen monsters worden verstuurd naar het laboratorium?

Monsters worden aanvaard vóór 15.00 uur van maandag tot en met vrijdag (met uitzondering van vakantiedagen).

Hoe moeten bloedmonsters worden bewaard voordat ze worden verstuurd naar het laboratorium?

Bloedmonsters moeten worden bewaard bij kamertemperatuur, tussen 18‑25 °C, totdat ze worden verpakt voor transport en ze mogen niet worden gecentrifugeerd.

Hoeveel tijd heb ik om een bloedmonster naar het laboratorium te sturen nadat het is afgenomen?

Bloedmonsters kunnen op dezelfde dag of ‘s nachts worden verstuurd, mits het laboratorium ze uiterlijk om 15.00 uur ontvangt de dag na de venapunctie. Monsters worden aanvaard van maandag tot en met vrijdag.

Hoe worden monsters verstuurd naar het laboratorium?

Neem contact op met T‑SPOT.TB Service-laboratoria op het nummer 0475 97 56 59 als u mogelijkheden wilt bespreken.

Hoe moeten monsters worden verpakt?

Zorg ervoor dat bloedmonsters goed worden verpakt in een stevige transporthouder voor veilig en zeker transport van bloed (in overeenstemming met IATA verpakkingsinstructies 650). Neem voor meer informatie contact op met de T‑SPOT.TB Service-laboratoria op het nummer 0475 97 56 59.

Onder welke omstandigheden zou het laboratorium een bloedmonster afkeuren?

Als een bloedmonster wordt afgekeurd, wordt dit vermeld op het rapport of is het mogelijk dat iemand met u contact opneemt om uitleg te geven. Voorbeelden van redenen waarom een bloedmonster zou worden afgekeurd, worden hieronder vermeld:

  • Het monster is meer dan 32 uur na bloedafname ontvangen
  • Het monster is gestold bij ontvangst
  • Het monster is bevroren bij ontvangst
  • Het monster is beschadigd tijdens transport (lek)
  • Het monster is ontvangen op een officiële feestdag
  • Het bloedafnamebuisje is niet gelabeld
  • Het monster is afgenomen in buisjes die geen lithiumheparine of natriumheparine bevatten

Het bloedafnamebuisje is onvoldoende gevuld

Hoe ontvang ik de T‑SPOT.TB-testresultaten?

Een gedrukt rapport wordt verstrekt. Bijkomende rapporten via e-mail of fax zijn ook mogelijk.

Hoe worden T‑SPOT.TB-testresultaten gerapporteerd?

T‑SPOT.TB-testresultaten worden gerapporteerd als positief, negatief, grensgeval of onbepaald.

Hoe worden T‑SPOT.TB-testresultaten geïnterpreteerd?

T‑SPOT.TB-testresultaten zijn kwalitatief en worden gerapporteerd als positief, grensgeval (twijfelachtig) of negatief, mits de testcontroles verlopen zoals verwacht wordt. Testresultaten worden bepaald door eerst de spots te tellen (gevangen interferon‑gamma van afzonderlijke T-cellen) in elk van de vier testwells van de patiënt (positieve controle, nulcontrole, panel A, panel B). Spots kunnen in de testwells worden geteld met een vergrootglas, stereomicroscoop, ELISPOT-lezer of een digitaal beeld van een microscoop. Kwalitatieve resultaten worden geïnterpreteerd door de telling van spots in de nulcontrole (negatieve controle) af te trekken van de telling van spots in panel A en B. Gedetailleerde informatie over de interpretatie van testresultaten staat in de gebruiksaanwijzing van T‑SPOT.TB.1,5

Wat zijn de gevoeligheid en specificiteit van de T‑SPOT.TB-test?

De gevoeligheid van de T‑SPOT.TB-test bedraagt 98,8% en de specificiteit van de T‑SPOT.TB-test 100%.1-4

Waarom meet de T‑SPOT.TB-test interferon‑gamma?

Interferon‑gamma is van essentieel belang voor de immuunafweer tegen intracellulaire pathogenen, zoals Mycobacterium tuberculosis. Na infectie worden naïeve T-cellen gevoelig gemaakt voor tb‑specifieke antigenen en ontwikkelen deze zich tot tb‑specifieke effector T-cellen (zowel CD4+ als CD8+), die dan migreren naar de plaats van infectie en interferon‑gamma afscheiden voor activering van macrofagen opdat deze mycobacteriën zouden opnemen en vernietigen. Patiënten met tb‑infectie hebben tb‑specifieke effector T-cellen die in hun perifeer bloed circuleren en die in vitro interferon‑gamma afscheiden wanneer ze worden gestimuleerd door de antigenen die in de T‑SPOT.TB-test worden gebruikt. De T‑SPOT.TB-test vangt direct interferon‑gamma dat door afzonderlijke tb‑specifieke effector T-cellen wordt afgescheiden.1,6

Waarom heeft de T‑SPOT.TB-test een grensgeval voor de interpretatie van de resultaten?

De overgrote meerderheid van de T‑SPOT.TB-testresultaten zijn ofwel positief of negatief.

Een klein percentage van de testresultaten kan een grensgeval (twijfelachtig) zijn, waarbij de hogere waarde van (panel A min nulcontrole) en (panel B min nulcontrole) 5, 6 of 7 spots is. De categorie van grensgeval is bedoeld om de kans op fout‑positieve of fout‑negatieve resultaten tot een minimum te beperken rond het cut-off punt van de T‑SPOT.TB-test. In tegenstelling tot een onbepaald of ongeldig resultaat, is het resultaat van grensgeval klinisch interpreteerbaar en moet het worden opgevolgd met een herhaling van de test, omdat een aanzienlijk aantal van de personen mogelijk positief zal testen bij herhaling van de test. In een onderzoek met Amerikaanse medische zorgverleners testte 23% van de personen, die grensgeval als testresultaat hadden, bij herhaling van de test positief. Dit wijst erop dat de categorie van grensgeval zinvol is voor handhaving van de gevoeligheid van de test.1

Volgens de Amerikaanse Centers of Disease Control and Prevention (CDC, centra voor ziektebestrijding en -preventie) “verhoogt de opname van de categorie van grensgeval voor de T‑SPOT[.TB-test], zoals goedgekeurd door de Amerikaanse FDA, de nauwkeurigheid van de test door resultaten nabij het cut-off punt (waarbij kleine variaties invloed zouden kunnen hebben op de interpretatie) te classificeren als ofwel positief of negatief.”2

  1. King T.C., Upfal M., Gottlieb A., Adamo P., Bernacki E., Kadlecek C.P., Jones J.G., Humphrey‑Carothers F., Rielly A.F., Drewry P., Murray K., DeWitt M., Matsubara J., O’Dea L., Balser J., Wrighton‑Smith P. T‑SPOT®.TB Interferon‑Gamma Release Assay (IGRA) Performance in Healthcare Worker Screening at 19 US Hospitals. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine 2015: 150527134833008.

2. Mazurek G.H., Jereb J., Vernon A., LoBue P., Goldberg S., Castro K., Committee IE, Centers for Disease C, Prevention. Updated guidelines for using Interferon Gamma Release Assays to detect Mycobacterium tuberculosis infection ‑ United States, 2010. MMWR Recomm Rep 2010; 59: 1‑25.

Is een grensgeval als T‑SPOT.TB-testresultaat hetzelfde als een onbepaald resultaat?

Nee, een grensgeval (twijfelachtig) als resultaat is klinisch interpreteerbaar, terwijl een onbepaald resultaat niet kan worden geïnterpreteerd omdat de positieve controle en/of nulcontrole (negatieve controle) van de test faalt. In beide gevallen wordt echter aanbevolen de test te herhalen door een nieuw bloedmonster af te nemen.

Wat moet ik doen met een onbepaald T‑SPOT.TB-testresultaat?

Een onbepaald resultaat is niet klinisch interpreteerbaar en kan voorkomen als de positieve controle en/of nulcontrole (negatieve controle) niet presteert zoals verwacht. Het wordt aanbevolen de test te herhalen door een nieuw monster af te nemen. Als het testresultaat nog steeds onbepaald is bij herhaling van de test, moeten andere diagnostische tests en/of moet epidemiologische informatie worden gebruikt om de tb-infectiestatus van de patiënt helpen te bepalen.

Een onbepaald resultaat komt niet vaak voor en kan verband houden met factoren, zoals ongeschikte opslagcondities van het bloed, vertraging in het transport van het monster, patiëntspecifieke aandoeningen of een laboratoriumfout.1,8

Wat moet ik doen met een grensgeval als T‑SPOT.TB-testresultaat?

Een grensgeval als resultaat is klinisch interpreteerbaar en moet worden opgevolgd. Het wordt aanbevolen de test te herhalen door een nieuw monster af te nemen. In een onderzoek met Amerikaanse medische zorgverleners testte 23% van de personen, die grensgeval als testresultaat hadden, bij herhaling van de test positief. Dit wijst erop dat de categorie van grensgeval zinvol is voor handhaving van de gevoeligheid van de test. Als het testresultaat nog steeds een grensgeval is bij herhaling van de test, moeten andere diagnostische tests en/of moet epidemiologische informatie worden gebruikt om de tb-infectiestatus van de patiënt helpen te bepalen.

King T.C., Upfal M., Gottlieb A., Adamo P., Bernacki E., Kadlecek C.P., Jones J.G., Humphrey‑Carothers F., Rielly A.F., Drewry P., Murray K., DeWitt M., Matsubara J., O’Dea L., Balser J., Wrighton‑Smith P. T‑SPOT®.TB Interferon‑Gamma Release Assay (IGRA) Performance in Healthcare Worker Screening at 19 US Hospitals. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine 2015: 150527134833008. 1,8

Waarom is voor elk monster van een patiënt een positieve controle voorzien in de T‑SPOT.TB-test?

De positieve controle dient als indicator voor de functionaliteit van de cellen van de patiënt. Cellen van een patiënt worden geïncubeerd met een niet‑specifieke stimulator, fytohemagglutinine, in het monsterwell van de positieve controle. Bij de overgrote meerderheid van monsters van patiënten bedraagt de telling van spots in de positieve controle ≥ 20. Een falende positieve controle komt niet vaak voor, maar kan verband houden met factoren, zoals ongeschikte opslagcondities van het bloed, vertraging in het transport van het monster, technische factoren of patiëntspecifieke aandoeningen. Een klein aantal van de patiënten heeft mogelijk T-cellen die slechts in beperkte mate reageren op fytohemagglutinine.1,9

Waarom is voor elk monster van een patiënt een nulcontrole (negatieve controle) voorzien in de T‑SPOT.TB-test?

De nulcontrole (negatieve controle) is bedoeld als controle voor niet‑specifieke T-celreactiviteit. Cellen van patiënten worden geïncubeerd met steriele media in het well voor de nulcontrole. Opdat de test als geldig kan worden beschouwd, moeten er < 11 spots zijn in het well van de nulcontrole. Een falende nulcontrole komt niet vaak voor, maar kan verband houden met technische factoren of een patiëntspecifieke aandoening.1,9

Zijn er patiëntengroepen die uitgesloten worden van testen met de T‑SPOT.TB-test?

Nee, de T‑SPOT.TB-test kan worden gebruikt bij het testen van alle patiëntengroepen, ook die hiv/aids hebben, die een verzwakt immuunsysteem hebben, tb-gevallen met een recent contact, en inwoners van samenlevingen en werknemers van omgevingen met een groot risico.2-4

Kan de T‑SPOT.TB-test worden gebruikt voor het testen van monsters van patiënten met een verzwakt immuunsysteem?

Ja, de T‑SPOT.TB-test is zeer geschikt voor gebruik bij patiënten met een verzwakt immuunsysteem.

Elk monster ondergaat een celtelling die wordt gebruikt voor het creëren van een genormaliseerde (gestandaardiseerd en bekend aantal) suspensie van cellen die vervolgens worden geïncubeerd met tb‑specifieke antigenen. Immuungecompromitteerde patiënten hebben mogelijk een verminderd aantal perifeer bloed mononucleaire cellen (PBMC’s), de types van witte bloedcellen die worden gebruikt bij de T‑SPOT.TB-test. Bij deze patiënten kunnen meerdere bloedbuisjes worden gepoold zodat het vereiste aantal cellen wordt verkregen voor uitvoering van de test.

Gegevens van klinische hoofdonderzoeken die zijn ingediend bij de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) voor goedkeuring vóór het op de markt brengen, evalueerde uitgebreid de T‑SPOT.TB-test bij immuungecompromitteerde personen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot personen met hiv, silicose, diabetes, nieraandoening in de terminale fase en orgaantransplantatie. Een negatieve tuberculinehuidtest werd in verband gebracht met immuungecompromitteerd zijn, terwijl er geen verband werd waargenomen tussen het T‑SPOT.TB-testresultaat en de immuungecompromitteerde status.1

Wat is het doel van de was- en telstappen van de cellen bij de T‑SPOT.TB-test?

Door de wasstap van de cellen kunnen plasma en mogelijk interfererende stoffen worden verwijderd, zoals endogeen interferon‑gamma, tricyclische antidepressiva en niet‑steroïde anti‑inflammatoire geneesmiddelen. Na het wassen worden de perifeer bloed mononucleaire cellen (PBMC’s) geteld zodat de celconcentratie kan worden aangepast ter correctie van variaties in PBMC-tellingen bij patiënten en een standaardaantal cellen kan worden gebruikt in de test.

De was- en telstappen kunnen met name belangrijk zijn bij patiënten met een verzwakt immuunsysteem. Immunosuppressieve en immuungecompromitteerde patiënten lopen een groter risico op progressie van latente tb-infectie tot tb-ziekte, en het is mogelijk dat ze een potentieel interfererende stof voorgeschreven krijgen of een PBMC-telling hebben die buiten de normale waarden valt.10,11

Wat is de verwachte frequentie van onbepaalde resultaten met de T‑SPOT.TB-test?

Onbepaalde resultaten komen niet vaak voor met de T‑SPOT.TB-test. Neem voor aanvullende informatie contact op met T‑SPOT.TB Service-laboratoria op het nummer 0475 97 56 59.

Maakt de T‑SPOT.TB-test een onderscheid tussen latente tb-infectie en tb-ziekte?

Nee, net zoals een tuberculinehuidtest (THT) en de bloedtest op basis van ELISA, maakt de T‑SPOT.TB-test geen onderscheid tussen latente tb-infectie en tb-ziekte.1,6

Hoe snel na blootstelling aan Mycobacterium tuberculosis kan een infectie worden opgespoord met de T‑SPOT.TB-test?

Het tijdsinterval voor conversie na blootstelling is nog niet goed bepaald, maar treedt waarschijnlijk niet later op dan de conversie van de tuberculinehuidtest (THT) (doorgaans 2‑8 weken).12,7,13

Is een positief T‑SPOT.TB-testresultaat te verwachten bij patiënten met een voorgeschiedenis van tuberculose?

Spijtig genoeg is er geen eenduidig antwoord op deze vraag. Onderzoeken tonen niet consequent aan dat personen negatief testen na behandeling van tb. Klinische genezing wordt beschreven met een negatieve sputumkweek, verbetering van de symptomen en veranderingen op de röntgenopname van de borstkas. Deze term verwijst zowel naar een steriliserende genezing als de terugkeer naar de latente fase (latente tb-infectie). Uit sommige gegevens is gebleken dat een groot aantal personen positief blijft testen met de huid- of bloedtest. De persistentie van effector T-cellen, de cellen die worden gestimuleerd door tb‑specifieke antigenen in de T‑SPOT.TB-test, duidt mogelijk op de aanwezigheid van sluimerende bacteriën, maar meer onderzoek is noodzakelijk. Afhankelijk van de vereisten, dienen andere diagnostische tests en medische onderzoeken te worden overwogen als de patiënt positief blijft na behandeling.14-16

Zhang S., Shao L., Mo L. et al. Evaluation of gamma interferon release assays using Mycobacterium tuberculosis antigens for diagnosis of latent and active tuberculosis in Mycobacterium bovis BCG‑vaccinated populations. Clin Vaccine Immunol. 2010 Dec;17(12):1985‑90.

Bosshard V., Roux‑Lombard P., Perneger T. et al. Do results of the T‑SPOT.TB interferon‑gamma release assay change after treatment of tuberculosis? Respir Med. 2009 Jan;103(1):30‑4.

Chee C.B., KhinMar K.W., Gan S.H. et al. Tuberculosis treatment effect on T‑cell interferon‑gamma responses to Mycobacterium tuberculosis‑specific antigens. Eur Respir J. 2010 Aug;36(2):355‑61.

Walzl G., Ronacher K., Hanekom W., Scriba T.J., Zumla A. Immunological biomarkers of tuberculosis. Nat Rev Immunol 2011; 11: 343‑354.

Kan de T‑SPOT.TB-test infecties opsporen van geneesmiddelresistente tuberculosestammen, zoals MDR‑TB, XDR‑TB of TDR‑TB?

Ja, de T‑SPOT.TB-test kan alle stammen van organismen van het Mycobacterium tuberculosis-complex opsporen, met inbegrip van multigeneesmiddelresistente tuberculose (MDR‑TB), extensief geneesmiddelresistente tuberculose (XDR‑TB) en totaal geneesmiddelresistente tuberculose (TDR‑TB). De antigenen in de T‑SPOT.TB-test zijn gemeenschappelijk voor alle Mycobacterium tuberculosis-stammen. De test voorspelt echter niet of het organisme gevoelig is voor de gebruikelijke medicamenteuze behandelingen. Testen op gevoeligheid voor geneesmiddelen vindt met andere methodes plaats na isolatie en identificatie van het organisme.

Bestaat de kans dat infecties met andere mycobacteriën dan Mycobacterium tuberculosis een positief T‑SPOT.TB-testresultaat geven?

Mycobacterium tuberculosis is de oorzaak van de meeste gevallen van tuberculose en daarom werd gevoeligheid van de T‑SPOT.TB-test vastgesteld bij personen met actieve, door een kweek bevestigde Mycobacterium tuberculosis-infectie. Personen met een andere infectie dan met organismen van het Mycobacterium tuberculosis-complex (zoals M. bovis, M. africanum, M. microti, M. canetti) hebben gewoonlijk T-cellen in hun bloed die de antigenen (ESAT‑6 en CFP10) herkennen die worden gebruikt in de T‑SPOT.TB-test en zullen wellicht ook een positief T‑SPOT.TB-testresultaat geven. De antigenen ESAT‑6 en CFP10 zijn niet aanwezig in de meeste niet‑tuberculeuze mycobacteriën (NTM), met uitzondering van M. marinum, M. szulgai en M. kansasii. Hoewel het niet duidelijk is of ESAT‑6 en CFP10 aanwezig zijn in het genoom van alle subspecies van M. gordonae, is het mogelijk dat deze NTM ook een positief resultaat geeft. Alle andere niet‑tuberculeuze mycobacteriën, met inbegrip van M. avium, zullen waarschijnlijk geen kruisreactie vertonen met de antigenen die worden gebruikt in de T‑SPOT.TB-test.1

Wordt de T‑SPOT.TB-test beïnvloed door een voorafgaande BCG-vaccinatie?

In tegenstelling tot een tuberculinehuidtest is er geen verband tussen BCG-vaccinatie en de T‑SPOT.TB-testresultaten.

Het Bacillus Calmette‑Guérin (BCG)-vaccin is een verzwakt derivaat van virulent Mycobacterium bovis, de boviene of dierlijke vorm van de tb-mycobacterie. De T‑SPOT.TB-test gebruikt antigenen (ESAT‑6 en CFP10) die zich op een genomische regio bevinden die wordt aangeduid met RD1, regio van differentiatie 1. De regio RD1 is aanwezig in alle virulente M. bovis-stammen, maar is weggelaten uit alle BCG-stammen. Omdat de antigenen die in de T‑SPOT.TB-test worden gebruikt niet aanwezig zijn in het BCG-vaccin, geeft de T‑SPOT.TB-test geen fout‑positief resultaat als gevolg van BCG-vaccinatie. Wel dient opgemerkt dat patiënten die geïnfecteerd zijn met virulent M. bovis waarschijnlijk positief zullen testen met de T‑SPOT.TB-test.1,17


References:

  1. Oxford Immunotec Ltd. TSPOT.TB Package Insert PITBUSV4 Abingdon, UK. 2013.
  2. Oxford Immunotec Ltd. TSPOT.TB Package Insert PITBJPV6 Abingdon, UK. 2014.
  3. Oxford Immunotec Ltd. TSPOT.TB Package Insert PITB8IVDUKV5CH Abingdon, UK. 2013.
  4. Oxford Immunotec Ltd. TSPOT.TB Package Insert PPITBIVDUKV2 Abingdon, UK. 2013.
  5. Cox JH, Ferrari G, Janetzki S. Measurement of cytokine release at the single cell level using the ELISPOT assay. Methods 2006; 38: 274282.
  6. Cavalcanti YV, Brelaz MC, Neves JK, Ferraz JC, Pereira VR. Role of TNFAlpha, IFNGamma, and IL10 in the Development of Pulmonary Tuberculosis. Pulm Med 2012; 2012: 745483.
  7. Mazurek GH, Jereb J, Vernon A, LoBue P, Goldberg S, Castro K, Committee IE, Centers for Disease C, Prevention. Updated guidelines for using Interferon Gamma Release Assays to detect Mycobacterium tuberculosis infection United States, 2010. MMWR Recomm Rep 2010; 59: 125.
  8. King TC, Upfal M, Gottlieb A, Adamo P, Bernacki E, Kadlecek CP, Jones JG, HumphreyCarothers F, Rielly AF, Drewry P, Murray K, DeWitt M, Matsubara J, O’Dea L, Balser J, WrightonSmith P. TSPOT®.TB InterferonGamma Release Assay (IGRA) Performance in Healthcare Worker Screening at 19 US Hospitals. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine 2015: 150527134833008.
  9. Koller MD, Kiener HP, Aringer M, Graninger WB, Meuer S, Samstag Y, Smolen JS. Functional and molecular aspects of transient T cell unresponsiveness: role of selective interleukin2 deficiency. Clin Exp Immunol 2003; 132: 225231.
  10. Xia Z, DePierre JW, Nassberger L. Tricyclic antidepressants inhibit IL6, IL1 beta and TNFalpha release in human blood monocytes and IL2 and interferongamma in T cells. Immunopharmacology 1996; 34: 2737.
  11. Iniguez MA, Punzon C, Fresno M. Induction of cyclooxygenase2 on activated T lymphocytes: regulation of T cell activation by cyclooxygenase2 inhibitors. J Immunol 1999; 163: 111119.
  12. Huebner RE, Schein MF, Bass JB, Jr. The tuberculin skin test. Clin Infect Dis 1993; 17: 968975.
  13. Franken WP, Koster BF, Bossink AW, Thijsen SF, Bouwman JJ, van Dissel JT, Arend SM. Followup study of tuberculosisexposed supermarket customers with negative tuberculin skin test results in association with positive gamma interferon release assay results. Clin Vaccine Immunol 2007; 14: 12391241.
  14. Zhang S, Shao L, Mo L, Chen J, Wang F, Meng C, Zhong M, Qiu L, Wu M, Weng X, Zhang W. Evaluation of gamma interferon release assays using Mycobacterium tuberculosis antigens for diagnosis of latent and active tuberculosis in Mycobacterium bovis BCGvaccinated populations. Clin Vaccine Immunol 2010; 17: 19851990.
  15. Bosshard V, RouxLombard P, Perneger T, Metzger M, Vivien R, Rochat T, Janssens JP. Do results of the TSPOT.TB interferongamma release assay change after treatment of tuberculosis? Respir Med 2009; 103: 3034.
  16. Walzl G, Ronacher K, Hanekom W, Scriba TJ, Zumla A. Immunological biomarkers of tuberculosis. Nat Rev Immunol 2011; 11: 343354.
  17. Lewis KN, Liao R, Guinn KM, Hickey MJ, Smith S, Behr MA, Sherman DR. Deletion of RD1 from Mycobacterium tuberculosis mimics bacille CalmetteGuerin attenuation. J Infect Dis 2003; 187: 117123.

Laboratoria die de T-SPOT.TB-test uitvoeren

Innovatieve producten en oplossingen van Oxford Immunotec